‘Deer Park’ werpt nieuw licht op tankputbranden

Nieuws van het LEC BrandweerBRZO, december 2019

De enorme brand op de ITC-tankterminal in Deer Park bij Houston, Texas, is een leerzame casus voor het Nederlandse BrandweerBRZO-werkveld. Een expertteam van het IFV, de Gezamenlijke Brandweer, het LEC BrandweerBRZO en de industrie, reisde af naar Texas om onderzoek te doen naar het brandverloop en de brandbestrijding. De conclusies werpen een nieuw licht op het Nederlandse beleid voor de voorbereiding op tankputbranden in het kader van de PGS 29. Met name het berekenen van de warmtestralingscontouren moet wellicht nog eens kritisch worden bekeken.

De brand op de ITC-tankterminal ontstond op 17 maart 2019 bij een pompinstallatie in een tankput. Het incident escaleerde snel en breidde zich uit naar een opslagtank. De uitgerukte brandweereenheden slaagden er niet in het vuur onder controle te krijgen. Uiteindelijk breidde de brand zich uit over de gehele tankput, waarbij acht opslagtanks met producten als benzeen en nafta verloren gingen. De brandbestrijdingsoperatie duurde vijf dagen, maar de omgevingseffecten hielden het haven- en industriegebied nog maanden in de greep. De brand veroorzaakte een zware milieuverontreiniging en omliggende bedrijven en de haven waren dagenlang gesloten.

Onacceptabel scenario

Het Nederlandse expertteam keek in zijn studie van het incident naar vijf aspecten: de brandbestrijding, mutual aid (operationele samenwerking), watermanagement, de warmtestralingscontouren en het omgevingsmanagement. Programmamanager Erwin de Bruin van het LEC BrandweerBRZO maakte deel uit van het team. Hij stelt dat een brand van deze omvang en met dermate verstrekkende en langdurige effecten op een Nederlandse tankterminal onacceptabel is. Het brandverloop en de brandbestrijding onderstrepen in zijn ogen het belang van een solide systematiek voor tankputbrandbestrijding, in termen van opschaling, samenwerking, slagkracht en kennis.

Brandbestrijding

Het expertteam concludeert dat de brandbestrijdingsoperatie in Deer Park verre van ideaal verliep. De opschaling ging traag en gefragmenteerd, de ingezette bluseenheden hadden te weinig slagkracht en de commandovoering was chaotisch. Daardoor liep de brandweer voortdurend achter de feiten aan en kon geen echte ‘vuist’ worden gemaakt tegen het vuur. Erwin de Bruin: “Bij dit type branden is een heldere ‘chain of command’ essentieel. Er moeten snel en met daadkracht beslissingen worden genomen over de juiste strategie en inzet van de juiste middelen om escalatie te voorkomen. Het incidentverloop laat ook zien dat bij tank- en tankputbranden een goed functionerende ‘mutual aid structuur’ onontbeerlijk is. Geen enkele brandweerorganisatie van een bedrijf of de overheid kan een brand van dit kaliber alleen behappen. De bestrijding van een tankputbrand is een zeer specialistische aangelegenheid, waarvoor specifieke kennis en kunde en zwaar blusmaterieel met grote slagkracht nodig zijn. Het verloop van de brandbestrijding wijst erop dat de mutual aid organisatie in het betreffende industriegebied niet optimaal functioneerde en ook niet over de juiste middelen beschikte. Uiteindelijk werd een grote commerciële brandbestrijdingsorganisatie ingehuurd, die de klus vervolgens relatief snel wist te klaren.”

Watermanagement

Een kritische schakel in de brandbestrijdingsoperatie bij een tankputbrand is ‘watermanagement’ bij het koelen van tanks.

Warmtestralingscontouren

De bevindingen van het expertteam omtrent de warmtestralingscontouren waren opmerkelijk. Die contouren gedroegen zich volgens De Bruin anders dan op grond van beschikbare rekenmodellen mocht worden verwacht. Het narekenen van het brandscenario in Deer Park leidde tot een stralingscontour waar ook de aangrenzende opslagterminal van VOPAK geheel binnen zou vallen. Op grond van die berekening zou er een groot gevaar zijn voor brandoverslag naar de buurterminal. In werkelijkheid trad bij die terminal echter nauwelijks hittebelasting op en het viel op dat brandbestrijders hun bluswerk tot op een relatief korte afstand van de tankput konden doen. Erwin de Bruin: “Dit is een opmerkelijke ervaring in het licht van het Nederlands beleid voor de aanpak van tankputbranden en de voorbereiding daarop. De warmtestralingscontouren zijn een sterk bepalende factor bij de vraag of een mobiele methodiek voor tankputbrandbestrijding met inzet van brandweerpersoneel nabij de brandhaard veilig mogelijk is. Het reële verloop van de gebeurtenissen in Deer Park laat zien dat het goed modelleren van warmtestralingscontouren lastig is. Daarom gaan we in het licht van het PGS 29-traject voor tankputbrandscenario’s die modellering nog eens goed onder de loep nemen. Mogelijk komen we met de ervaringen in Deer Park tot nieuwe inzichten.”

Omgevingsmanagement

Lessen waren er ook ten aanzien van het omgevingsmanagement na een tankputbrand. De acute brandbestrijdingsfase was na vijf dagen afgerond, maar pas daarna begonnen de omgevingseffecten, als gevolg van de verspreiding van enorme hoeveelheden verontreinigd bluswater, die ook in het water van de haven terechtkwamen. Uitdampende stoffen als benzeen in de tankput, veroorzaakten grote risico’s voor de volksgezondheid en het opruimen van de verontreiniging kostte maanden. Behalve de directe brandschade aan de getroffen terminal was er ook een immense ecologische en economische schade, omdat de haven dagenlang gesloten was en in de rivierdelta maandenlang niet gevist mocht worden. Ook konden naburige bedrijven niet of nauwelijks functioneren door de hoge concentraties gemeten benzeen in de lucht.

De Bruin: “De les die we hiervan leren is dat we goed met het bedrijfsleven moeten overleggen over hoe na een chemische brand de verontreiniging zo snel mogelijk kan worden opgeruimd om dergelijke langetermijneffecten te beperken. Die les leerden we overigens eerder ook al na de brand bij Chemie-Pack in 2011. Samenvattend was de brand in Deer Park een casus waarvan we veel kunnen leren. Terminalbranden van deze omvang komen gelukkig maar heel weinig voor. Maar daardoor is er ook weinig kennis en ervaring beschikbaar waarop we ons beleid kunnen baseren. Elke kans om te leren van een daadwerkelijk incident in binnen- of buitenland, moeten we dan ook aangrijpen. In dat opzicht heeft de studie naar deze brandcasus ons veel nuttige en leerzame kennis opgeleverd.”

Lees ook de informatie van de Amerikaanse Chemical Safety and Hazard Investigation Board (CSB)